Leden krijgen toegang tot extra informatie. Leden kunnen ook deelnemen aan het Forum Totaal hits:
Hieronder kunt u inloggen met een Gebruikersnaam en Wachtwoord of een account aanmaken. Aantal bezoekers
 

 Hier kunt u alle informatie vinden met betrekking tot het weer waaronder Waarnemingen in Haaksbergen, alles over het klimaat en de klimaat veranderingen, het weer in Nederland vanaf het jaar 800, weertips et cetera.

Welkom, Gast
Alstublieft Inloggen.    Wachtwoord verloren?
Klimaatverleden (1 bezoeker) (1) Gast
Ga naar onderkant Favoriet: 0
TOPIC: Klimaatverleden
#118
Klimaatverleden 11 Jaren, 9 Maanden geleden Karma: 0  
Schatting van de gemiddelde temperatuur op aarde in de afgelopen 542 miljoen jaar.




Rond 440 miljoen jaar geleden ontstaan de eerste landleven., 245 miljoen jaar geleden de dinosauriërs en 66 miljoen jaar geleden de zoogdieren.
Paleozoïcum: Periode Cambrium, Ordovicium, Siluur, Devoon, Carboon en Perm
Tijdens het Paleozoïcum Was het warmer dan nu, met uitzondering van een koude periode rond 300 miljoen jaar geleden. In het Perm liep de temperatuur weer op.
Mesozoïcum: Periode Trias, Jura, Krijt.
Tijdens het Mesozoïcum bleef het warmer dan nu. Na het Krijt liep de temperatuur, na een kortdurende plotselinge afkoeling, verder op.
Cenozoïcum: Periode Paleogeen (tijdvlak Paleoceen, Eoceen, Oligoceen), Neogeen (tijdvlak Mioceen, Plioceen), Kwartair (tijdvlak Pleistoceen, Holoceen)
Een klimax van de temperatuur in het Eoceen. Hierna volgde een daling met het ontstaan van een ijskap op Antarctica in het Piloceen. Dit was tijdelijk, na een ijsvrije periode in het eerste deel van het Mioceen, volgde opnieuw een verijzing. Hierna volgden de ijstijden in het Pleistoceen.

Carboon
Het tijdvak 350 - 280 miljoen jaar geleden wordt Carboon genoemd.
Het zeeniveau was relatief hoog en grote delen van het tegenwoordige Europa waren bedekt met moerassen.
In dit tijdvlak is er zeer veel kooldioxide in de aardbodem terecht gekomen welke nu vrijkomt bij het verbranden van aardolie, aardgas en steenkool. In de tweede helft van het Carboon kwam een serieuze afkoeling op gang en werd waarschijnlijk veroorzaakt door een snelle afname van de hoeveelheid kooldioxide in de atmosfeer. Daarentegen nam het aandeel zuurstof in de lucht to tot ongeveer 35%. Tijdens het Carboon tijdvlak lag Nederland in een gebied dat afwisselend onder en boven de zeespiegel uitkwam en bevond zich waarschijnlijk op de plek waar nu Suriname ligt met een tropisch vochtig en nat klimaat.

Pern
Het tijdvak 280 - 245 miljoen jaar geleden wordt Pern genoemd.
In dit tijdvlak is het steenzout gevormd dat tot op heden wordt gewonnen in Twente.
In het laatste deel van het Carboon was de gemiddelde wereldtemperatuur fors gedaald. Een groot deel van de wereld was bedekt met ijs en bevond de Aarde zich in de Laat Paleozoische ijstijd. Tegelijkertijd waren de tropen warm en bedekt met moerassen en bossen. Tegen het Midden-Perm werd het klimaat warmer en droger, tegelijkertijd trokken de gletsjers zich terug. Het zuurstofgehalte lag zo rond de 18%. De grote droogte op aarde leidde tot een drastische uitroeiing van de flora en fauna. Tijdens dit tijdvlak lag Nederland ongeveer 25 graden noorderbreedte, ter hoogte van de huidige Sahara.

Trias
Het trias duurde van ongeveer 245 tot 200 miljoen jaar geleden.
Het klimaat was wereldwijd droog en warm en het zeeniveau nog relatief laag. Het grootste gedeelte van de continenten lag, net als tegenwoordig, boven water. Aan zowel het begin als het einde van het Trias vond een belangrijke wereldwijd massaal uitsterven van vele soorten organismen in een relatief korte tijdsduur. plaats. Gedurende het Trias ontstonden ook veel nieuwe soorten, waaronder de eerste dinosauriërs en gevleugelde pterosauriers, soorten koralen en vroege zoogdieren. Bij de planten verschenen de eerste landplanten in het Trias.
In de loop van het Trias warmde de aarde als geheel op. De ijskappen verdwenen en dat had een sterke zeespiegelstijging tot gevolg waardoor Nederland opnieuw onder water kwam te staan.

Jura
Het Jura is een periode die duurde van ongeveer 200 tot 145 miljoen jaar geleden.
In het Jura was het opbreken van het supercontinent Pangea in volle gang. Het noordelijk deel van de Atlantische Oceaan opende zich. Het zeeniveau steeg en kwam relatief hoog te liggen. Het Jura was (samen met het erop volgende Krijt) de bloeiperiode van de dinosauriërs, ook ontstonden de eerste vogels. Een sterk toegenomen vulkanisme zorgde ervoor dat het kooldioxidegehalte in de atmosfeer begon te stijgen. Vrijwel overal op aarde moet het subtropisch zijn geweest. Tegen het einde van het Juratijdperk gingen de temperaturen op aarde tijdelijk omlaag. Nederland kwam weer boven de zeespiegel uit. Tijdens dit tijdvlak lag Nederland nog steeds ter hoogte van de huidige Sahara maar Nederland dreef snel af naar het Oosten.

Krijt
Het Krijt speelde zich af in de periode ongeveer 145 tot 66 miljoen jaar geleden.
Het Krijt was een periode met een relatief warm klimaat en een hoge zeespiegel, mogelijk 200 tot 300m hoger dan tegenwoordig. In het water leefden zeereptielen. Op het land leefden diverse soorten dinosauriërs, tegelijkertijd verschenen veel van de moderne groepen zoogdieren en vogels. Onder de planten verschenen de bloemdragende planten. Het Krijt werd afgesloten met de laatste grote massa-uitsterving uit de Aardse geschiedenis, waarbij onder meer de dinosauriërs uitstierven. Het klimaat was tijdens het Krijt wereldwijd over het algemeen een stuk warmer dan tegenwoordig. Twee keer koelde het klimaat desondanks duidelijk af, hoewel het nog steeds warmer bleef dan tegenwoordig, gemiddeld rond de 22 graden. Het warme klimaat was het gevolg van de relatief grote hoeveelheid vulkanisme, waardoor grote hoeveelheden van het broeikasgas CO2 in de atmosfeer terecht kwamen. Een sterker broeikaseffect hebben we sinds deze periode noot meer gehad. Ook liep het zuurstofgehalte op tot zo’n 35%. Tijdens dit tijdvak bevond Nederland zich meestentijds beneden zeeniveau en lag Nederland ter hoogte van zuid en midden Frankrijk.

Paleogeen en Neogeen. Vroeger Tertiair genoemd
Het Tertiair duurde van 66 tot 2.6 miljoen jaar geleden.
Het tijdvalk Paleogeen is onder te verdelen in Paleoceen van 66 tot 56 miljoen jaar geleden, Eoceen van 56 tot 34 miljoen jaar geleden en Oligoceen van 34 tot 23 miljoen jaar geleden. Het Neogeen duurde van 23 tot 2,6 miljoen jaar geleden.
Aanvankelijk koelde het klimaat af en daalde het zeeniveau, een ontwikkeling die al aan het einde van het Krijt begonnen was. In het Paleoceen was het zeeniveau relatief laag. Tijdens het Eoceen vond echter een opwarming plaats, die culmineerde in het warme Eocene Climatic Optimum. Daarna koelde het klimaat weer af, wat zich uitte in het groeien van de ijskap op Antartica (Zuidpool) aan het einde van het Eoceen. Tegenwoordig bestaat deze ijskap uit 25 miljoen kubieke kilometer ijs, overeenkomend met ongeveer 90% van al het ijs op aarde. De kap is op sommige plaatsen 3 kilometer diep. Als al deze ijsmassa zou smelten, zou de zeespiegel op aarde met ongeveer 60 meter stijgen. Het Oligoceen kende een relatief koel klimaat. Vergeleken met tegenwoordig waren al deze tijdperken echter nog steeds relatief warm.
Het Neogeen was een periode met een gematigd klimaat, hoewel nog niet zo koud als in het erop volgende Kwartair. Dit zorgde weer voor de opkomst van dieren en planten die grasland als habitat hadden.
Het drogere en koelere klimaat, dat tijdens het Oligoceen ontstaan was, bleef gedurende het Neogeen aanwezig. Dankzij het droge en koele klimaat konden kruidachtige planten zich diversificeren en sterk verspreiden. Veel kleinere insecten- en zadenetende soorten knaagdieren, vogels, amfibieën en reptielen profiteerden daarvan.
Aan het einde van het Neogeen koelde het klimaat geleidelijk verder af waardoor er in het Kwartair een ijskap op de Noordpool kon ontstaan. In de Paleogeen en Neogeen periode schuift Nederland naar de positie waar het nu zich nog steeds bevind.

Kwartair
Het Kwartair beslaat de tijdspanne van 2,6 miljoen jaar geleden tot heden
Het tijdvalk Kwartair is onder te verdelen in Pleistoceen van 2.6 miljoen jaar geleden tot 11.000 jaar geleden en het Holoceen van 11.000 jaar geleden tot heden.
Gedurende het Kwartair is er sprake van een groot aantal ijstijden, koude periodes waarin met name op het noordelijk halfrond vaak grote landijskappen ontstonden. Ze werden afgewisseld met relatief warme perioden tussen twee ijstijden waarin het landijs zich weer terugtrok. Deze cyclische klimaatveranderingen werden veroorzaakt door de Milankovic-cycli. De cycli bepalen de intensiteit en verdeling van zonne-instraling op Aarde, en daarmee zijn ze in belangrijke mate verantwoordelijk voor de (langetermijn) variaties in het klimaat. Het begin van de ijstijden tijdens het Pleistoceen hangt samen met minima in de zonne-instraling.
Milankovic-parameters:
- Variaties in de excentriciteit van de aardbaan (periodiciteit van 100.000 jaar).
De baan van de aarde rond de zon is een ellips. Excentriciteit is de mate waarin deze ellips afwijkt van een cirkel.
- Verandering van de hoek van de aardas ten opzichte van het vlak waarin de aarde om de zon draait
(periodiciteit van 41.000 jaar).
- De tolbeweging van de aardas van de aardas (periodiciteit van 23.000 jaar).
Het Holoceen, dat alleen de laatste 11.000 jaar beslaat, vormt in feite het laatste en nog niet beëindigde interglaciaal waarin de Aarde zich nu bevindt. De ontwikkeling van opbouw en afbraak van ijskappen heeft zich niet of althans in veel mindere mate voorgedaan op Antarctica. Tijdens het Kwartair was deze ijskap met zekerheid gedurende de laatste acht glaciaal/interglaciaal cycli permanent aanwezig. Met dertien cycli waarvan dat kan worden aangetoond wordt rekening gehouden. Van de Groenlandse ijskap is bekend dat deze in ieder geval tijdens het vorige interglaciaal, het Eemien (dat enkele graden warmer was dan onze tijd), aanwezig is geweest

IJstijden
Het klimaat is een komen en gaan van koude tijden en warmere periodes. Zo'n 140.000 jaar geleden was Noord-Europa bedekt met een ijskap die zich tot aan de Utrechtse Heuvelrug uitstrekte, de voorlaatste ijstijd. De zeespiegel lag zo'n 120 m onder het huidige niveau. Kort daarop eindigde deze ijstijd waarbij de temperaturen opliepen. Daarna volgde een nieuwe IJstijd, die bijna 100.000 jaar duurde en in deze ijstijd lag het zeeniveau zo’n 80 meter lager dan nu.. Zo'n 18.000 jaar geleden begon een snelle opwarming naar de warmere periode waarin we nu leven. Toen het Holoceen begon, 11.000 jaar geleden, verdween het laatste ijs in een hoog tempo en rond 7.000 jaar geleden was er van de Scandinavische ijskap vrijwel niets meer over. De zeespiegel steeg in deze periode ongeveer 2/3 meter per eeuw. Vanaf 1200 voor Christus trad een vertraging op in de stijging. Wat nu de wetenschappers bezighoud is wat er deze eeuw zal gebeuren met de zeespiegel, nu het klimaat weer snel opwarmt.

De afgelopen drie duizend jaar
Tussen 850 en 600 jaar voor Christus veranderde ook het klimaat. Het toen tamelijk droge, toendra-achtige klimaat werd een sterk wisselvallig klimaat wat tot uiting kwam in veelvuldige stormen. Eiken in de laaggelegen gebieden van Nederland ontkiemden zelfs niet in deze periode hetgeen het gevolg was van het plotseling natter worden van het klimaat. Het klimaat tussen 600 voor Chr. en 850 na Christus werd mogelijk grotendeels bepaald door een sterke westcirculatie. Doordat de wind meestens uit de westhoek waaide, waren de winters overwegend zacht. In de zomers leidde diezelfde stroming tot relatief koud weer. Aan de basis van dit weerpatroon lag waarschijnlijk een zuidelijk gelegen straalstroom. Deze straalstroom, een band met hoge windsnelheden in de hoge delen van de atmosfeer, staat aan de basis van storingen en deden Nederland regelmatig aan.

De afgelopen duizend jaar
Ook de afgelopen duizend jaar varieerde de temperatuur. Opvallend waren in Europa een aantal warmere zomers in de Middeleeuwen en het vaker voorkomen van koude winters in de vijftiende tot achttiende eeuw. Deze laatste periode wordt wel de 'Kleine IJstijd' genoemd waarin de gemiddelde jaartemperatuur 1 tot 2 graden lager lag dan het langtermijn gemiddelde.

De afgelopen 150 jaar
Het verloop van de wereldgemiddelde temperatuur van de laatste 143 jaar is bepaald op basis van temperatuurmetingen op land en op zee. Hierbij is veel moeite gedaan om voor alle mogelijke onnauwkeurigheden te compenseren, tot aan het effect van verstedelijking toe. Voor het eind van de negentiende eeuw wijken de bepalingen van de wereldgemiddelde temperatuur naar schatting niet meer dan 0,1 à 0,2 graad af van de werkelijke waarden; in de twintigste eeuw is de wereldgemiddelde temperatuur nauwkeuriger gemeten. Er zijn duidelijke trends in temperatuur te zien, met daarnaast ook grote variaties van jaar tot jaar. Van 1908 tot 1944 is het warmer geworden, en ook weer vanaf 1975. De jaren zeventig van de vorige eeuw waren zeer wisselvallig met veel stormen en een aaneenschakeling van slechte zomers, ook toen bevond de straalstroom zich vaak boven onze hoofden. In de jaren 1975 en 1976 raakte de straalstroom geblokkeerd en bracht ons prachtige zomers. In de strenge winter van 1978 /1979 lag de straalstroom veel zuidelijker en lag het noordwesten van Europa twee maanden lang op de grens van Arctische en subtropische lucht.
Sinds 1983 is het record van de meetreeks herhaaldelijk bijgesteld. In 1998 was de wereldgemiddelde temperatuur 14,6 graden. Dat is 0,9 graden boven het gemiddelde van 1856-1899, en op basis van verscheidene aanwijzingen waarschijnlijk het warmste jaar van de afgelopen duizend jaar! In totaal is de wereldgemiddelde temperatuur in de twintigste eeuw met ongeveer 0,6 graden gestegen.
De recente periode met wereldwijd gemiddeld warme jaren valt deels samen met een serie warme jaren in Nederland. De laatste twintig jaar van de vorige eeuw waren hier gemiddeld 0,7 graden warmer dan de eerste twee decennia. Vooral sinds 1987 was het opmerkelijk warm: vrijwel alle jaren daarna horen tot de warmste van de twintigste eeuw. De warmste jaren van de afgelopen honderd jaar in ons land waren 1990, 1999 en 2000, met gemiddeld 10,9 graden tegen 9,4 normaal. Voor een heel jaar is dat een enorme afwijking. Ook viel er in de tweede helft van de eeuw deels in samenhang met het warme weer meer neerslag: alle winters met in De Bilt meer dan 500 mm neerslag kwamen na 1960 voor. Bovendien stond 1998 helemaal in het teken van de regen en wateroverlast: met 1240 mm in De Bilt was 1998 het natste jaar sinds het begin van de metingen.

Samenstelling van de atmosfeer vanaf 1750
Sinds 1750 is de concentratie van kooldioxide (CO2) in de atmosfeer met zo'n 30% toegenomen. Deze verandering is toe te schrijven aan de mens die fossiele brandstoffen, zoals steenkool, aardolie en aardgas verbrandt. Ook de concentraties van andere broeikasgassen zijn onder invloed van de mens aanzienlijk toegenomen. De hoeveelheid methaan (CH4) is meer dan verdubbeld (145%), lachgas (N2O) is met 15% toegenomen en alle chloorfluorkoolwaterstoffen (CFK's) zijn door mensen geproduceerd. Er zijn ook meer stofdeeltjes (aerosolen) in de atmosfeer gekomen. De concentratie van ozon (O3) in de onderste tien kilometer van de atmosfeer (de troposfeer) is verdubbeld. In de stratosfeer daarentegen, op hoogtes tussen 10 en 40 km, is de hoeveelheid ozon juist afgenomen. Deze afname wordt veroorzaakt door chloorverontreinigingen die vrijkomen uit bovengenoemde CFK's
Erwin (Admin)
Administrator
Berichten: 1040
graph
Gebruiker offline Klik hier om het gebruikersprofiel van deze gebruiker te zien
Gelogd Gelogd  
 
Laatste Wijziging: 10/07/2018 12:04 Door Erwin.
 
De Administrator heeft publieke schrijf toegang geblokkeerd.  
      Onderwerpen Auteur Datum
 
Klimaatverleden
Erwin 04/12/2009 18:59
Ga naar bovenkant
Forum Het weer in Haaksbergenbezorg de laatste berichten direct op de desktop
Banner

Bezoekers

We hebben 124 gasten online