|
Overzicht droogteperiodes 1894 t/m heden
In onderstaande overzicht worden de droogteperiodes vanaf 1894 weergegeven.
Met droogte wordt in de meteorologie bedoeld dat er gedurende een langere periode geen neerslag valt. Langdurige periodes met weinig neerslag komen in Nederland zelden voor en leiden zelden tot ernstige gevolgen door de vele meren en de gestage aanvoer van water voornamelijk door de Rijn. Periodes met droogte laten zich moeilijk vergelijken omdat het verloop van de neerslag van jaar tot jaar verschilt. Bij zonnig weer met wind en hoge temperaturen kan er veel vocht verdampen, waardoor het watertekort snel toeneemt.
Onder een droogteperiode wordt verstaan een aaneengesloten periode van minstens 20 dagen zonder meetbare (<0,1 mm) neerslag. In onderstaand overzicht, uitgezet tegen de jaarlijkse dagen, zijn de droogteperiodes in een bepaalde kleur weergegeven die aangeven in welk meteorologisch seizoen de periode is begonnen.
- Groen. Lente van 1 maart (60) tot 1 juni (151)
- Geel. Zomer van 1 juni (152) tot 1 september (243)
- Rood. Herfst van 1 september (244) tot 1 december (335)
- Blauw. Winter van 1 december (336) tot 1 juni (59)
Bij de periode is ook vermeld de aanvangsdatum met daarachter het aantal dagen de periode voortduurde. In de legenda wordt vermeld totaal aantal droogteperiodes vanaf 1894.

Bijzondere droogteperiodes met mistneerslag < 0.5mm 2011: Van 26 oktober tot en met 22 november 28 dagen geen neerslag. Wel vele mistdagen.
Overzicht vorstperiodes 1894 t/m heden
In onderstaande overzicht worden de vorstperiodes vanaf 1894 weergegeven.
Een vorstperiode, ook wel koudegolf, is een tijdvak van minstens vijf dagen op rij met een etmaalgemiddelde temperatuur beneden het vriespunt, waarin de som van etmaalgemiddelde temperaturen -16 ºC of lager is of anders gezegd: het totale Helmanngetal is opgelopen tot 16 punten. Die grens lijkt vrij willekeurig, maar uit onderzoek is gebleken dat er in dat geval op nogal wat plaatsen al geschaatst kan worden Een ander veel gebruikte definitie is: Minimaal vijf ijsdagen op rij, waarvan minstens drie nachten een minimumtemperatuur van -10,0 of lager moeten hebben opgeleverd, een zogenaamde ‘zeer koude dag’ of strenge vorst.
Links van de grafiek zijn de dagnummers uitgezet. -25 komt overeen met 6 december -5 komt overeen met 26 december 0 komt overeen met 1 januari 30 komt overeen met 30 januari, etc.
Bij de vorstperiode (groen) die in de lente is begonnen is vermeld de aanvangsdatum met daarachter het aantal dagen de periode voortduurde. Dit is ook van toepassing op de vorstperiode die het langst duurde, in het rood weergegeven en het jaar met de meeste vorstperiodes, oranje weergegeven. Voor de overige periodes worden alleen de aantal dagen weergegeven. In de legenda wordt vermeld totaal aantal vorstperiodes vanaf 1894..

|